Weet je nog wanneer het bij jou raar werd?

Wanneer was de laatste keer dat je je ouders naakt zag, en werd daar tussen jullie ook iets over gezegd? Wanneer sloeg de nieuwsgierigheid van vroeger om in schaamte? Wanneer merkte je voor het eerst iets in je lijf en had je geen idee wat het was of met wie je dat zou mogen delen?

Bij mij was dat in groep 8. De jongens hadden het over natte dromen. Ik dacht dat het over jongens ging die in hun bed hadden geplast, want zo werd daar bij mij thuis niet over gesproken. Ik was met alles wat later, en dit was er eentje van.

Dat "iets later zijn" was misschien wel het meest normale van alles. De meeste jongens groeien op zonder dat er iemand naast ze zit om te helpen begrijpen wat er in hun lijf en hoofd gebeurt. En bijna geen man leerde als tiener open te zijn met andere jongens over de lastigere kanten daarvan. Wel over scoren. Wel over hoe ver je bent gegaan. Niet over hoe eng, hoe onhandig, hoe verwarrend het ook was. En juist daar hebben mannen nog een grote hoeveelheid werk te doen.

Hoe een gezonde lijn eruit zou kunnen zien

Voor het contrast, een idee van hoe het ook had kunnen lopen.

Als kind ben je van nature nieuwsgierig naar je lichaam en dat van anderen. In een gezond gezin worden je vragen gewoon beantwoord. Je hoort dat lichamen verschillen, dat dat interessant is, en dat schaamte er in eerste instantie niet bij hoort.

Rond je tiende worden de eerste veranderingen aangekondigd. Er komen schaamharen, er zijn natte dromen, je lichaam wordt anders. Iemand vertelt je wat je kunt verwachten. Het gaat over ontwikkeling, niet over ongemak.

In je puberteit komen aantrekking en opwinding erbij. Je merkt dat er iets in je gebeurt bij bepaalde mensen, en je hoort dat dat mag zijn. Iemand vertelt je: dit is niet vies, dit is menselijk, en dit kun je ermee. Grenzen worden aangeleerd. Je eigen grens, die van de ander. Nee is nee. Twijfel is nee. Wachten is oké.

Als je op je zestiende, achttiende, twintigste je eerste ervaringen krijgt, kun je er met iemand over praten. Een oudere broer of neef. Een oom. Een vriendengroep waar het onhandige ook mag bestaan. Als iets onhandig gaat, mag het gewoon onhandig zijn.

Als volwassen man kun je met je partner praten over wat je wilt, wat je niet wilt, wat je nog steeds spannend vindt. Intimiteit en seksualiteit hoeven niet hetzelfde te zijn. Je kunt kwetsbaar zijn zonder dat het je minder man maakt.

Bijna geen enkele man kwam via deze route binnen.

Elke thuis, elke cultuur maakt er iets eigens van

Wat er thuis wel en niet gebeurde, verschilt sterk per gezin, per cultuur en per geloof. In het ene huis heerste stilte omdat het onderwerp taboe was. In het andere huis was er wel iets over te horen, maar dan met de nadruk op wachten, op één persoon, op zuiverheid.

Ik werd zelf christelijk opgevoed. Wachten was belangrijk, en het idee dat het maar voor één persoon zou zijn, was een bepalend beeld. Dat heeft mij gevormd in hoe ik later ben gaan zoeken naar intimiteit, en waar ik in het zoeken vast bleef zitten. Tegelijk zat ik op een vrije school waar ik bij vriendjes over de vloer kwam en hun ouders naakt door het huis liepen of in de tuin lagen. Dat waren twee werelden in één jeugd, en met geen van beide wist ik precies raad.

Dit is niet een verhaal van welke aanpak beter is. Het is een verhaal van hoe verschillende omgevingen verschillende dingen bij jou hebben achtergelaten, waar je nu nog steeds iets van meeneemt.

Waarom tieners en twintigers elkaar hierin niet supporten

Als jongen of jonge man is er vaak best een verlangen om ergens over te kunnen praten. Maar de wetten van de groep verhinderen het. Wie zich kwetsbaar toont, valt uit de boot. Wie zegt "ik weet niet hoe dit moet", wordt uitgelachen. Wie zegt "ik vond het eigenlijk ook doodeng", is de zwakke van het stel.

Dus doe je mee. Je laat een grote mond. Je doet mee over "scoren". Je laat je twijfel niet zien.

Ondertussen dragen alle jongens dezelfde stiltes. Als je twintig jaar later aan mannen in de dertig vraagt hoe hun eerste keer echt ging, komen er verhalen los die niemand ooit heeft mogen delen. Het zat er de hele tijd. Er was alleen geen plek voor.

Is het haalbaar dat tieners elkaar wél leren steunen? Ja. Niet vanzelf. Wel als er iemand begint. Meestal een oudere man die durft te zeggen: bij mij ging het ook onhandig. Meestal een plek waar er niet gelachen wordt om wat kwetsbaar is. Soms in een gezin waar de vader of moeder er zelf over kan praten. Vaker in een mannengroep of coachtraject, later, als de schade al opgelopen is en niemand meer iemand anders wil zijn dan hij is.

Hoe zwaar dit is in deze tijd

Ik wil dit ook even neerleggen. Voor de mannen die het lezen: dat je hier ongemak bij voelt is normaal. We zijn niet geholpen door wie voor ons kwam. Er was geen taal, geen voorbeeld, geen ruimte. En toch verwachten we van onszelf dat we het nu wel weten, wel doen, wel doorgeven aan onze kinderen. Dat is een enorme opgave, en het is nieuwe grond, ook voor ons.

Voor de vrouwen die dit lezen: begrijp dat dit voor de man in je leven meestal geen kwestie van niet willen is. Het is een kwestie van niet geleerd hebben, in een cultuur die het onderwerp jarenlang wegdrukte. Als je hem in het leerproces meeneemt in plaats van hem daarop af te rekenen, kan dat meer verschil maken dan je denkt. Wij mannen zijn een van de eerste generaties die op grotere schaal probeert het gesprek terug te vinden en het aan onze kinderen door te geven. Dat is werk, en dat gaat met vallen en opstaan.

De taboe binnen de taboe

Er is één ding dat nog moeilijker uit te spreken is dan al het bovenstaande. Mannen kunnen slachtoffer zijn van grensoverschrijding. Ook door vrouwen. Ook op een leeftijd waarop je "toch had moeten willen". Ook in situaties waarin je later denkt: waarom heb ik geen nee gezegd, waarom stond ik erbij zoals ik erbij stond.

De aanname dat een man altijd wil, altijd kan, en het pakt als hij de kans krijgt, laat weinig ruimte voor de werkelijkheid dat er ook grenzen bij jou overschreden zijn. Of dat er momenten waren waarin de omgeving een "ja" van je verwachtte, en er in jou een nee zat die er nooit uit is gekomen. Als er toen niemand was aan wie je het kwijt kon, blijft het lang in je zitten. Zonder taal. Zonder erkenning. Zonder verwerking.

Dit mag ook op tafel.

Hoe je het gesprek terugvindt

Het begint klein. Vaak met opmerken waar je omheen loopt, en niet nog een keer omheen lopen. Of met tegen één iemand, die je vertrouwt, eindelijk eens hardop iets zeggen wat je nooit hardop hebt gezegd. Meestal maakt dat één zin al ruimte. En dan die ruimte niet meteen weer dichtdoen.

Er is geen goede volgorde en er is geen stappenplan. Er is één beweging: je bent bereid iets te laten zien wat je normaal wegduwt.

Hoe we dit in de mannengroep onderzoeken

We praten niet alleen over seksualiteit als thema. We onderzoeken waar bij jou het gesprek dichtviel, en wat je daaruit hebt meegenomen als jongen, als tiener, als jonge man en als de man die je nu bent.

Wat leerde je thuis over intimiteit, meestal in wat er niet gezegd werd? Wie was er beschikbaar toen jij begon te veranderen, of was er niemand? Welke groep vertelde jou hoe je hoorde te zijn, en wat kostte je dat? Welk moment uit je jongens- of tienertijd zit er nog, en heb je nooit ergens neergelegd? Wat vind je vandaag nog steeds spannend om te bespreken, en op welke manier houd je het meestal weg?

Vanuit die vragen werken we met delenwerk, imaginatie, lichaamsgerichte oefening en ademhaling, en met het delen van eigen ervaringen in de kleine groep. Andere mannen kijken niet alleen toe: zij spiegelen, delen wat zij herkennen en oefenen naast je. Voor sommige mannen is dit voor het eerst dat ze hardop zeggen wat ze nooit hardop hebben gezegd, met andere mannen die niet lachen en niet schrikken.

Welk moment uit je jongens- of tienertijd zit er nog, en heb je nog nooit ergens neergelegd?

De mannengroep is voor mannen die zichzelf durven aankijken en bereid zijn met én van andere mannen te leren. Wil je weten of de groep bij je past?

Naar de wachtlijst
Verder lezen

Meer uit de kennisbank.